Lemmens, die volgend jaar aan de UvA promoveert op zijn onderzoek, noemt de resultaten ‘zorgwekkend. Zo‘n negentig procent van de jongens speelt videogames en de kiem voor een verslaving wordt vaak gelegd in de adolescentie.’De wetenschapper ondervroeg 1024 kinderen van twaalf tot en met zeventien jaar over hun gamegedrag, online en alleen op de spelcomputer. Hij gebruikte daarbij een meetmethode gebaseerd op de criteria voor gokverslaving om te bepalen in hoeverre iemand gameverslaafd is. Daar werd bijvoorbeeld gekeken naar de mate waarin het spelen het belangrijkste in iemands leven is, of niet spelen leidt tot frustratie en of een gamer door te spelen in conflict komt met ouders en vrienden.Twee procent, omgerekend twintigduizend jongeren, voldeed aan alle criteria, aldus Lemmens. ‘Deze groep verslaafden was eenzamer, minder sociaal vaardig, had doorgaans een slaaptekort of problemen op school.’Negen procent voldeed aan enkele criteria en was dus enigszins verslaafd, aldus de onderzoeker. Dit zijn zo‘n honderdduizend jongeren die hun spelgedrag niet helemaal onder controle hebben.De verslavingszorg ziet nog geen grote toestroom van ‘probleemgamers’. De afgelopen jaren klopten een paar honderd spelers van videospelletjes en hun ouders aan bij de hulpverlening, blijkt uit een rondgang. Het aantal hulpvragen neemt iets toe, maar van geen explosie is geen sprake, aldus het instituut IVO, dat onderzoek doet naar gameverslaving. ‘Het aantal zal in de toekomst wel toenemen’, voorspelt afdelingshoofd Eric de Vos van Verslavingszorg Noord-Nederland.Er moet snel duidelijkheid komen wie verantwoordelijk is wanneer mensen door het spelen van videospelletjes in de problemen komen, stellen verslavingsdeskundige Herm Kisjes en medeauteur Erno Mijland in het nieuwe boek ‘It’s all in the games’. Volgens hen is nu onduidelijk of dat de spelletjesfabrikant, de overheid of de ouders zijn. ‘Betere preventie is noodzakelijk’, zegt Kisjes. ‘Gezond gamen moet worden gepromoot.’
Bron: Destentor








