|
Vriendensite:Wolf in schaapskleren |
|
|
Vriendensite: een wolf in schaapskleren
Met afschuw las ik onlangs een bericht over een jongen in de VS die live op internet zelfmoord heeft gepleegd. Veel bezoekers die dit zagen deden niets. Sterker nog, sommigen moedigden hem juist aan.
Momenteel wordt onderzocht of de mensen die het hebben gezien en niets deden, kunnen worden vervolgd.
Ook in ons land neemt de grimmigheid op internet toe.
Het begon twee jaar geleden in Enschede, waar via MSN en andere chatboxen scholieren elkaar aanspoorden zelfmoord te plegen. 'Ken jij Jolanda? Die gaat vanavond zelfmoord plegen!'
Uiteindelijk greep een leraar in, waardoor het goed afliep. Maar hoeveel mensen zetten niet hun digitale oogkleppen op bij het surfen over het World Wide Web? Neem de pro-anorexia websites waar meisjes elkaar wijs maken dat hun ziekte anorexia een levensstijl is. Ze stimuleren elkaar zo min mogelijk te eten waarbij foto's van graatmagere fotomodellen als inspiratie dienen.
Mogen 'toevallige' bezoekers van dergelijke sites volstaan met aanklikken, toekijken en wegklikken? Pesten en treiteren via internet lijken grotere vormen aan te nemen. De 'cyberpester' is al enkele jaren in opmars, mede door de explosieve groei van vriendennetwerken als Hyves, LinkedIn en MySpace. Hoewel het zo onschuldig lijkt om een profiel op internet te zetten, blijken de negatieve gevolgen soms niet te overzien.
Op de vriendensites, wolven in schaapskleren, vergaren kwaadwilligen heel eenvoudig informatie over het slachtoffer dat zij gaan bestoken. Een kleine ruzie kan met de verkregen gegevens ontaarden in een ware hetze. Ineens blijkt zo'n vriendennetwerk dan niet meer zo vriendelijk.
Maar hoe gaat dit in zijn werk? Een 'populaire' vorm van emotioneel treiteren begint met het creëren van een valse webpagina over de te kwetsen persoon. De belager plaatst er een foto van zijn slachtoffer op en voegt persoonlijke gegevens als adres, telefoonnummer en e-mailadres toe die via het 'vriendennetwerk' zijn achterhaald. Eventueel wordt er nog wat negatieve tekst bij geplaatst waarna een link naar een pornosite het werk afmaakt. Vervolgens wordt de buitenwereld meegedeeld dat de afgebeelde persoon een callgirl is.
Als gevolg hiervan wordt het slachtoffer via beschikbare adres- en telefoongegevens bestookt met obscene verzoeken. Er zijn voorbeelden over jongeren van wie het leven hierdoor volledig ontwricht raakte.
Waarom zijn de effecten op het leven van slachtoffers bij digitaal pesten zo groot?
Pesten op het schoolplein van een groep tegen een individu kan immers toch ook heel hard aankomen. Het verschil zit hem in het feit, dat door cyberpesten de geborgenheid van de huiselijke sfeer wordt binnengedrongen en het slachtoffer vaak geen weet heeft wie hem achtervolgt of hem het leven zuur maakt. Dit maakt radeloos en machteloos.
Vorige week werd in de VS een vrouw schuldig bevonden aan misleiding en vernedering van een 16-jarig meisje via MySpace. De vrouw deed zich op deze vriendensite voor als een jongen en ging een online romance met het meisje aan. Maar ze vernederde het meisje zo erg dat dit slachtoffer uiteindelijk zelfmoord pleegde. De vrouw liet weten tot haar daad te zijn gekomen om wraak te nemen voor een hoogoplopend conflict dat haar dochter met het meisje had.
Dergelijke ontwikkelingen geven toeschouwers het gevoel van machteloosheid. In de wereld van het internet lijkt ingrijpen immers meestal alleen mogelijk als het slachtoffer bekend is of als we daarmee een bepaalde relatie hebben. En natuurlijk stelt de vraag naar het wel of niet wettelijk reguleren van internet ons sowieso voor ingewikkelde dilemma's.
Toch zouden we op z'n minst de discussie moeten aangaan of we niet verder willen gaan dan alleen maar toekijken wat er op internet gebeurt. Voor sociale netwerken betekent dit wellicht dat we de stap moeten zetten naar een wettelijk verankerde zorgplicht. Zoals we in de fysieke wereld niet mogen toekijken als iemand dreigt te verdrinken. Wie passief blijft, kan dan strafrechtelijk aansprakelijk zijn. Waarom zouden we deze redenering niet kunnen doortrekken naar de digitale wereld? De afschuwelijke voorvallen geven aan, dat het hoog tijd is om over de morele en juridische verantwoordelijkheid op internet een breder debat te voeren.
Corien Prins is hoogleraar recht en informatisering aan de Tilburgse universiteit en lid van de Wetenschappelijke Raad voor het Regeringsbeleid.
Bron: De Gelderlander
|